
- Bijenkoningin: Spottend of bewonderend voor een dominante vrouw, vaak in een sociale groep (zoals op school of werk).
- Boekenworm: Iemand die heel veel leest of studeert; vaak positief bedoeld.
- Boktor: (Zelden) Gebruikt voor een hardnekkig probleem of persoon die lastig weg te krijgen is – net als de echte boktor in hout.
- Dazenstek: In uitdrukkingen als “hij heeft een dazenstek” (ouderwets): hij is een beetje gek of verward.
- Duizendpoot: Positief: Iemand die veel dingen tegelijk kan en doet.
- Horzel: Iemand die agressief of onruststokend is. (Bijvoorbeeld: “Wat een horzel van een kind!”)
- Insect: Soms gebruikt als kille of afstandelijke belediging (“Dat insect van een man”).
- Kakkerlak: Beledigend of denigrerend gebruikt voor mensen die als vies, onuitroeibaar of ongewenst worden beschouwd.
- Kevers: In sommige regio’s of contexten gebruikt voor rare snuiters of nerds (komt van het Engelse ‘beetle’ als beeldspraak, niet wijdverbreid).
- Kever: Afzonderlijk van “kevers”, ook wel gebruikt als bijnaam of scheldwoord voor een nerdy of sullig iemand (Engelse invloed).
- Krekel: Sporadisch gebruikt voor iemand die altijd lawaai maakt of zich laat horen, vaak zonder nuttige bijdrage.
- Larve: (Spottend) Gebruikt voor iemand die nog niets voorstelt of nog ‘onvolgroeid’ is (bijvoorbeeld een jong iemand zonder ervaring).
- Lijkluis: Spottend of grof woord voor een begrafenisondernemer of iemand die altijd met de dood bezig is.
- Luis: Spottend: een vervelend, onopvallend maar hinderlijk iemand. Ook in combinaties als profiteur of achterbakse luis. “Een luis in de pels” of “Wat een vieze luis.”
- Mierenhoop: Drukke, chaotische plek of situatie. (“Het was een ware mierenhoop op de markt.”)
- Mierenneuker: Vulgaire variant van muggenzifter; iemand die overdreven precies is.
- Mot: Behalve het insect, ook een scheldwoord of spotnaam voor een vrouw of meisje (soms met negatieve ondertoon).
- Motwijf / motje: Spotnaam voor een ordinaire of irritante vrouw.
- Mug: Als koosnaam voor een klein persoon (“Wat een klein mugje”) of als denigrerend woord voor iets onbeduidends.
- Muggenzifter: Iemand die zich druk maakt om pietluttige details.
- Rotvlieg: Vervelend, opdringerig persoon. Vaak als scheldwoord.
- Spin: (Zelden) Soms als scheldwoord voor een engerd of iemand die snode plannen smeedt.
- Sprinkhaan: Wordt soms gebruikt (zoals bij investeerders) voor iemand die alles kaalvreet en weer vertrekt (negatieve context).
- Sprinkhanenplaag: Als metafoor voor massale, destructieve mensen of groepen, bijvoorbeeld toeristen of investeerders.
- Steekvlieg: Gebruikt als metafoor voor een irritant of opzettelijk kwetsend persoon. Iemand die altijd commentaar levert of steken uitdeelt.
- Teek: Negatief: iemand die zich vastklampt, profiteur of iemand die lastig weg te krijgen is.
- Tor: Zelden, maar als ‘rare tor’ gebruikt voor een zonderling persoon.
- Vlieg: Als scheldwoord: ‘stomme vlieg’, ‘rotvlieg’ – vaak voor iets kleins maar irritants.
- Vlooienmens: Spottend of denigrerend voor iemand die met triviale of smerige dingen bezig is.
- Wespenwijf: Scherpe, venijnige vrouw.
- Worm: Pechvogel, zielig figuur, of iemand die zich kruiperig gedraagt. (“Je bent een stomme worm als je dat doet.”)
- Zeurwesp: (Informeel) Een irritant, zeurend persoon – soms gebruikt, geen officieel woord maar wel begrijpelijk.

Muggenzifters en mierenneukers