DE SPLITERWT
| Hocus Pas: |
|
"Ik zal uw heugsel onder een
zazelwrong zetten!"
...
"Het gefezel is gedaan!"
...
"Gezapig bij het vuur, terwijl de
aarde vergaat."
|
| Professor Prlwytzkofsky: |
|
"Der goede dag. ... Ontschuldig mij,
heerschappen. Ik heb geen tijd."
...
"Wat is dat voor ener wááánzin?"
...
"Voor een wetenschapper is dit ja
wederlijk!"
...
"Kinderplapperij, ... Wááánzin!"
|
DE DANKPUTTERS
| Ambtenaar Dorknoper: |
"Er moet een ambtelijke vergissing gemaakt zijn; die
komen soms voor."
|
DE MOBBEWEGING
| Kapitein Wal Rus: |
"Ongare landkrabben zonder stuwing in hun donder." |
| Professor Prlwytzkofsky: |
"Dit vraagt ener wetenschappelijker
onderzoeking!"
...
"Wij moeten dezer fenomeen
wetenschappelijk betrachten."
...
"Praw, dit is ener katastrofe."
...
"Praw, dat is ja ener waaaaanzin!"
|
| Heer Bommel: |
"Altijd in de weer; als het niet met
het lichaam is, dan is het wel met de geest." |
| Over Prlwytzkofsky: |
Maar toen kreeg zijn wetenschappelijk
geschoold brein de overhand. |
DE GIEGELGAK
| Een grijsaard: |
Dat zit daar maar. Dat wentelt zich in
overdaad en zwelgt in aardse genoegens. Braspartijen en geslomp!" |
| Heer Bommel: |
"Ik, als heer met
onderscheidingsvermogen, ..." |
| Commisaris Bas: |
"En de plantenziektekundige dienst
staat ook machteloos." |
DE KWINKSLAGEN
| Joost: |
"Men moet oppassen, want door te veel lezen kan men
gemakkelijk het verstand kwijt raken, als ik zo vrijmoedig mag wezen."
...
"Door al dat zitten stollen de levenssappen."
|
| Heer Bommel: |
"Ach, als heer twijfelt men wel eens, en dat maakt
zwak..." |
| Chauffeur: |
"Alles is mogelijk, behalve wanneer het niet mogelijk
is,..." |
| Grijsaard: |
"Alles is zo groot als men gelooft, ... De echte ruimte
zit in je hoofd..." |
| Markies: |
"Eh bien,... Een stuitend verhaal. Maar toch... toch
schuilt er een lichte kern in deze baaierd van grofheid en plat geweld."
...
"In kwalm en smook, in roet en rook..."
...
"Ja, ja fel realistisch. Hedendaags."
...
"Daar waar de grauwen stinken,... Daar vlieden de
kwinken."
...
"Ook onder het gemeen treft men poëzie."
|
| Commissaris Bas: |
"Is de schelm gewapend? ... of is het een
karate-geval?" |
DE ANDERE WERELD
| Markies: |
"Ik stel voor een comité te benoemen, waarvan ik
desgevraagd beschermheer wil worden." |
| Bommel: |
"Gevoelig en recht uit het hart, maar toch krachtig,
zodat het bloed gaat bruisen." |
| Grootgrut: |
"Maar ook een middenstander heeft zijn beginselen." |
| Bommel: |
"... terwijl we onder de voet worden gelopen waar we
bij staan." |
| Markies: |
"Judas, ... Een adder, die ik aan mijn boezem
gekoesterd heb." |
| Bommel: |
"... Je bent een adder, die ik aan mijn judas
gekoesterd heb." ...
"Waarom heb ik een gat in mijn
geheugen, terwijl ik anders zo scherp ben?"
...
"..., maar de schrik slaat me op de maag als ik aan de markies denk..."
|
De Dropslaven
(1959)
| Bommel: |
"Midwinter" ... "Een seizoen van overpeinzingen en
inkeer. Hebben we dit jaar goed besteed, vragen wij ons af? Hebben wij
geen dingen gedaan waarvoor we ons, als heer zijnde, moeten schamen?"
...
"Dit gaat alle perken te buiten!" ... "Niet alleen dat het niet te pas
komt, maar het is zelfs stuitend!" ...
|
| Joost (onder invloed van dubbeldrop): |
"Het leven is een lolletje, paraplu, paraplu,
parasolletje." ... "Niks kan mij bommen, de zorg is voor de dommen, mij
laat alles koud ..." |
| Bommel: |
"... het leven heeft mij geleerd, dat men altijd
eenzaam is wanneer het onrecht bestreden moet worden. Het enige wat men
nodig heeft is een sterke vuist en een onbevreesd gemoed!." |
| Dorknoper: |
"Snoepen kan ik mij in mijn positie niet veroorloven.
Een enkel pepermuntje op zondag misschien; maar geen onmatigheid met
drop of suikerwerk. Wij overheidspersonen moeten nuchter in het leven
kunnen staan." |
| Grijsaard: |
"Blijf er af!" ... "Jij bent de overheid. En door
overheidsbemoeiing wordt ieder particulier initiatief vernietigd!
Gedood! Gruwel op je pad!" |
De Verdwenen Heer
(1968)
| Kapitein Wal Rus: |
"In deze bries kan ik geen landrottengekwek verstaan" |
| Over Joost: |
De wind huilde om de torens en rammelde aan de luiken,
en de regen striemde hem in het gelaat, zodat de moed hem in de
doorweekte schoenen zakte. |
| De Markies: |
"Parbleu!" prevelde hij, terwijl hij zich herstelde en
zijn lorgnon richtte. "Dat was eh... Bommel, in een spekslagersmobiel!
Fi donc; van kwaad tot erger! ..." |
| Professor Prlwytzkofsky |
"Gans aangenaam," ... "Woerstbraden! Der maag vangt ja
te knorren aan. Maar daarom handelt het zich niet ..." |
| Markies de Cantecler: |
"De bomen druilen met hun takkenkantwerk," ... "Zij
wenen hemelwater uit het sombere zwerk." |
| Kwetal (als Tom Poes gestoken is door een
insekt) |
"Geeft niet," ... "Die prik geeft stuwing. De wurrel is
een aardig beest. Pee Pastinakel heeft hem gefokt uit een dilkever met
frenkels. Hij steekt je alleen maar als je een vernauwing hebt. ..." |
| Over de wurrel |
Kwetal's insekt, de wurrel, was ondanks tegenwind en
duisternis boven de Albatros aangekomen, waar het werd aangetrokken door
een figuur die aan vernauwing leed. ...
Het insekt had nu echter iemand anders ontdekt die aan vernauwing
leed, namelijk kapitein Wal Rus. Toen de wurrel hem zegenrijk in zijn
buil prikte sprong hij met een krachtig woord op de lippen overeind.
...
Deze woorden bevredigden Rokus en hij haalde gerustgesteld zijn
doosje schurkachtige pillen voor de dag zonder op het gezoem van een
overkomen insekt te letten.
Het was de wurrel, die nog steeds aangetrokken werd door personen met
een vernauwing. Het diertje zette rechtstreeks koers naar de
beklagenswaardige heer, en gaf deze een heilzame prik in de buil die
zijn schedel ontsierde.
|
| Over Rokus |
Elias maakte geen beweging, maar achter de reddende
heer sloeg Rokus een ongunstig oog op en kwam loerend in beweging. |
|
Kapitein Wal Rus: |
"Kijk, dat kan ik nu net niet hebben. Dat gaat tegen
mijn beginselen in." |
| Markies de Cantecler: |
"Voila," ... "Het gaat om gindse ruïne. Ik overweeg om
de bouwval geheel te slopen. Parbleu; met de grond gelijk! Het zou me
zinnen om op de heuvel een prieel te bouwen." ...
"Dichterlijk," beaamde de edelman. Hij peinsde even en hernam toen:
"Zwarte stenen als overblijfsel van een decadent verleden, tegen het
marmerblanke heden, waar de stille tranen wenen, van de bevrijde
geest..."
...
"Parbleu," zei de markies, een wenkbrauw optrekkend. "Uw vertoog is
stuitend, amice! ..." ... "Ge voelt wel, dat een Cantecler de Barneveldt
niet de dupe kan worden van erfelijke belasting onder het grauw. ...
spaar me uw geruchten."
|
| Handtekeningen-expert, de grafoloog
Puntsloper |
"Ik heb het handschrift van de beide heren bekeken,"
... "Het ene is van een gespannen figuur, die aan nerveuze aandoeningen
lijdt. Het andere daarentegen is van een nerveuze figuur, die aan
spanningen onderhevig is." |
| Heer Bommel: |
"... Het leven is héél moeilijk voor iemand voor wie
geld geen rol speelt." |
| Markies de Cantecler: |
"De uitbarstingen van het janhagel zijn stuitend,"
prevelde de markies terwijl hij vol weerzin het terrein verliet. |
| Over Bommel (Heer Ollie) |
Hij zat mistroostig in de maneschijn naar Bommelstein
te kijken terwijl de goede tijden uit het verleden aan zijn geestesoog
voorbij trokken. |
| Bommel over de wurrel |
"Aha" ... "Die vlieg! ik heb heel wat prikken gehad, en
het was wel een nuttig insekt, nu ik erover nadenk. ..." |
| Kwetal |
"Kwijt is niet erg," ... "Kwijt komt wel terug. Kijk,
ik had nog een korrel over en daarmee heb ik een terughevelaar gevoegd.
Het brengt kwijtsels terug, als de geur er nog in klinkt tenminste. U
mag het van me lenen." |
| Markies de Cantecler |
"Ik doe dit uit eigen beweging, vóórdat ik daartoe
gedwongen word. Ge zult dit kunnen appreciëren, vermoed ik." |
| Joost |
"... ik heb toevallig een eenvoudige doch voedzame
maaltijd in mijn hoofd, als u mij wilt verschonen." |
De Waarde-Ring
(1971)
| Joost |
"Wanneer heer Olivier zich maar eens ging vertreden in
de natuur," ... "Dan zou ik de handen vrij hebben om me een weinig te
ontspannen, en hij zou een betere bloedsomloop krijgen, zodat er twee
vliegen in één klap geslagen werden, met uw goedvinden." |
| Bommel: |
"Dag, jonge vriend," sprak hij met doffe stem. "Het is
mooi van je, dat je me eens komt opzoeken in mijn eenzaamheid waarin de
dagen zich aaneenrijgen als de kralen van een vermolmd snoer, als je
begrijpt wat ik bedoel." ...
"Ik houd van het grote. Maar hier zit ik met mijn grote gaven en het
leven trekt onbelangrijk aan mij voorbij."
...
"... ik heb ontdekt, dat het wel gekleed is om vogels gade te slaan.
..."
...
"... Hij moet erg groot zijn, las ik, en als ik hem gevoelig op de
plaat leg is dat wel iets. Het is nog nooit gebeurd, bedoel ik."
|
| Hocus Pas |
"Deugniet?" herhaalde hij met krassende stem. "Ik ben
een magister in de zwarte kunsten, bedreven in de wetenschappen van
Zazel en Iod. ..." |
| Bommel |
"Groot is mooi en veel is lekker, zei mijn goede vader
altijd, en daar houd ik mij aan. ..." ...
"Heel smakelijk," sprak hij, aandachtig kauwend. "Erg lekker,
werkelijk! De manier van opdienen is niet verfijnd, maar men moet wat
door de vingers zien bij deze eenvoudige lieden."
...
"Pfff," sprak heer Ollie moeilijk. "Ik voel me niet zo goed. Mijn
innerlijk wordt verscheurd. Door gevoelens bedoel ik. Ik ben bang, dat
de kwade dampen me op de lever geslagen zijn..."
...
"... Mijn maag brandt, doordat men hem overladen heeft met hotskots,
die als vuur aan mijn innerlijk wroet. ..."
|
| Over Bommel |
Tegen het rood van de ondergaande zon tekkende zich een
ingestorte gedaante af. Enkele flarden bedekten zijn door schrammen en
builen ontsierde tors, en een gezwollen oog bemoeilijkte zijn
uitgedoofde blik. |
| Super: |
Er verscheen een wezenloze uitdrukking op zijn gelaat
terwijl verwarde gedachten zijn brein doorkruisten.
"Wat bedoelt hij met: In orde?" prevelde hij tenslotte langs zijn
peukje....
"Sta daar niet te mekkeren!" snauwde Super. "Gebruik je denkerwt,
sukkel! Hoe kan een diender tien miljoen pietermannen in orde vinden?
..."
|
| Bommel: |
"Ach, ... véél is niet mooi of lekker, en groot is
helemaal niet prachtig. Leer dat van een oudere en wijzere, die door het
leven gelouterd is! ..." |
| Bommel: |
"Ik vind dit héél dun van u!" ... "Men kan een heer
niet ongestraft naar het cachot voeren als een misdadiger." |
De Grijze Kunsten
(1976)
| Bommel: |
"... rovers wonen tegenwoordig in de stad. Zo'n bos is
puur natuur. Wild en ongeted, maar puur en zuiver, als je me volgen
kunt." |
| Markies de Cantecler |
"Parbleu," sprak hij "Als dat eh... Bommel niet is! Ge
praat naar ge verstand hebt, amice! ..." |
| Bommel: |
"... Dat is een grote eh... dinges, als u begrijpt wat
ik bedoel." |
| De heks Neppa Kornoelje: |
"... Zo is het leven. Voor anderen besta je niet; je
bestaat alleen maar voor jezelf." |
| Heer Bommel |
"... Ik ben een heer, die eenzaam zijn weg gaat.
Omringd door onbegrip en een teer gestel, zodat het hoofd hem vaak
omloopt. Ik zou wel willen weten of de toekomst vóór of achter mij ligt,
als u begrijpt wat ik bedoel." |
| Tom Poes: |
"... Hm, het is jammer, dat heer Bommel nooit zijn
eigen fouten wil erkennen. En dat wordt erger met het ouder worden." |
| Heer Bommel |
"De eetlust is me vergaan," ... "Jouw galligheid slaat
me op de maag. ..." |
| Over Bommel |
Het zwerk hing laag over de akkers en in de kille lucht
dwarrelden de bladeren uitgeput naar beneden, zodat zijn zelfvertrouwen
begon te tanen. |
| Bommel: |
"... Men denkt wel eens, dat ik een oppervlakkig leven
leid. Ikzelf ook trouwens. Maar men vergist zich; dat zal ik ze laten
inzien." |
De Geweldige Wiswassen
(1978)
| Professor Prlwytzkofsky: |
"Der wetenschap staat nietmaals stil, ..."
...
"Wat maakt u daar voor ener stinkerd?" ... "Is dat der salpeterzure
natron, die ik u beopdracht heb?"
...
"Chinasalpeter?" ... "Dat is ener ongehoorder domkopperij!"
...
"Der wááááánzin! Men verwacht, dat wij ener wetenschappelijker
kunstelijker drek vaardig maken - en u staat daar te hampelen met
politische fopperij. ..."
...
"... Gaat u rap aan der arbeid, bid ik u. En deugdzaam."
...
"Praw!" ... "U bent misgelukt als wetenschappelijker! U bent ener
weteniets. Ik verschaam mij over u. Ik ontslaat u. Maakt u zich voort,
bid ik u. Krankelender mislinger!"
|
| Heer Bommel en Tom Poes: |
"Het is toch mooi verdeeld in de wereld," sprak heer
Ollie tevreden. "Terwijl het hagelt op de noordpool, zitten wij hier
lekker naar de kapellen te kijken. Als ik er goed over nadenk hoeft een
heer zich nooit zorgen te maken, wat jij, jonge vriend?"
"Hm," zei Tom Poes. "Leest u wel eens een krant of zo?" |
| Heer Bommel: |
"In stilte doe ik veel goeds, en wat kan ik meer doen?
Als men teveel leest, heeft men geen leven meer, bedoel ik. Het is
gevaarlijk; leer dat van een oudere en wijzere." |
| De heren Zoch en Ugh: |
"Als het binnen de wet is, mogen we u onschadelijk
maken," ... "Schieten is oogluikend toegestaan." |
| Bommel: |
"Ach, een heer weet zelf niet waartoe hij in zijn toorn
in staat is." |
| Kapitein Wal Rus |
"Rustig?" ... "Dat is het alleen op zee. Aan wal wonen
teveel lubbers, die honkie-ponkie maken." |
| Heer Bommel: |
"Goede middag," sprak hij. "Mijn naam is Bommel.
Heer Olivier B. Bommel. Ik kom van verre om jullie voorspoed en voedsel
te brengen, die ik met grote ontberingen heb beschermd, zodat honger en
dorst mij plagen. ..."...
"Het is prettig om een goed doel in het leven te hebben", sprak hij
tot zichzelf. "Wat is er beter dan welvaart aan achtergebleven volkjes
te brengen en ze duidelijk te maken wat ze missen zonder dat ze het
weten? ..."
|
| Ugh Zababel: |
"... Als je voor je ideaal werkt is er geen plaats voor
gevoelens, ..." |
| Bommel over mevrouw Doddel: |
"... dat een enkel opbeurend woord van haar, de bittere
pillen kan vergulden, die een heer te slikken krijgt als hij het goed
met de wereld meent." |
| Bommel over Prlwytzkofsky: |
"... Sommige lieden schrikken er niet voor terug
anderen de kroon van het voetstuk te stoten. ..." |
De Gezichtenhandel
(1961)
| Over het Donkere Bomen Bos |
... in de dichte bladermassa's, die de bodem bedekken,
ritselt en frutselt allerlei eng gedierte. Ook dwalen er, in het holst
van de nacht, lichtjes rond en soms hoort men er vreemde geluiden. |
| Een grijsaard: |
"Pluis is voor de braven, maar met niet pluis kan men
zaken doen!" |
| Markies de Cantecler: |
"Fi donc!" prevelde hij. "Welk een schouwspel! Hoe nu,
Bommel? Zijt ge uit uw stamcafé geworpen?" |
|
Markies de Cantecler: |
"Parbleu, welk een affreus
denkbeeld! Deze burgers begrijpen niet welk een ragfijn net van
omgangsvormen aan de ware adel ten grondslag ligt!" |
|
Markies de Cantecler:
|
"... de aanblik van dit
onbeduidende volkstype moet hem wel een gruwel zijn." |
|
Markies de Cantecler:
|
"Uw kasteel is een
aanwinst in dit grauwe buurtschap en de manier waarop u gasten ontvangt
strekt tot voorbeeld in deze tijd van platte zeden." |
| Over Tom Poes |
Tom Poes liep die morgen
van de vroege lente te genieten en hij meende dat het leven nog niet zo
kwaad was. |
| Bommel: |
"... Al te lang is deze
stakker kwalijk bejegend door ongemanierde gasten. Ik zal hem bewijzen,
dat er nog ruimdenkende heren bestaan." |
| Terpen Tijn: |
"Kop op makker," ... "Nu
je die bolle kop kwijt bent kunnen we je eindelijk een vibrerende eh...
dinges geven." |
| Hocus Pas: |
"Ik ben verraden!" ...
"Onheil en schemer op je pad, plamoen! Je hebt me voor knar gezet
tegenover dit bleke ventje..." |
| Hocus Pas: |
"Mijn goed, vaal paard is
in de nacht verdwenen en de maan is dun en oud. Rook en zwavel op mijn
pad ..." |
| Terpen Tijn: |
"Maar was je niet met terpentijn, want dan slaat het
bolle vlees weer door de trilling van de eh... dinges." |
| Terpen Tijn: |
"Wat bliksem," prevelde
hij "daar is me de bolle vleeskop weer door de fijne trilling gebroken!" |
| Markies de Cantecler: |
"... De schalk veroorlooft
zich grapjes met ons aanzien. En dat gaat niet, amice. Dat leidt tot
roerigheid onder het gepeupel." |
| Markies de Cantecler: |
"Parbleu!" prevelde de
markies. "Dat komt van zijn streken. De snaak is tot de bedelstaf
vervallen." |
| Over een bouwval |
Het groepje weifelde even,
doch toen trad de markies naar voren en opende de vervallen deur. Een
geur van schimmel, rotting en uiensoep sloeg hem tegemoet ... |
| Terpen Tijn: |
"Dat is de platste
burgermanskop die ik ooit gezien heb!" |
| Terpen Tijn: |
"Hij had de meest
grofstoffelijke kop die ik ooit gezien heb, ..." |
| Terpen Tijn: |
"De kunst wordt altijd aan
de zolen gelapt, makker," |
De Trullenhoedster
(1966)
| Over een hut |
De bouwvallige hut die hun onderdak bood, lekte aan
alle kanten zodat de wind en de regen er vrij spel hadden. Ook nestelde
er heel wat ongedierte zoals ratten, torren en padden; maar dat vond het
vrouwtje niet zo erg. |
| Hocus Pas: |
"Schaduw op je pad, goede vrouw," |
| Over de markies op de heide |
Een zacht windje voerde het gezoem van bijen en de geur
van honing met zich mede en de markies staarde met enige weemoed een
vlucht trekkende ganzen na.
"Tiens," prevelde hij. "De verten lonken; / in den vreemde wacht het
avontuur. / Waar eens de stemmen klonken, / daar wordt het koud en guur.
/ Vol onrust klopt mijn hart ...". |
| Markies de Cantecler over een poortje: |
"Geen nieuwbouw. Een extra-ordinaire affaire!" |
| De burgemeester: |
"Ik zou er wel eensuit willen. Naar het zuiden of zo.
Hier is niets te beleven en thuis is het ook niet alles. Mijn vrouw kan
soms eh... wat moeilijk zijn, hè?" |
| Markies de Cantecler over een dame: |
"... zij was beeldschoon en sierlijk waren hare
bewegingen. Het licht speelde door heur haren en haar stem deed denken
aan het koeren van een duif. Als een gazelle overschreed ze de drempel
van de poort..." |
| Bommel: |
"Goedemorgen mevrouw," ... "Neem me
niet kwalijk. Ik bedoel, ik was ergens anders met mijn gedachten
al weet ik ook niet precies waar." |
| Joost zingt: |
"Knaapje zag een roosje staan," ... "Roosje op de
heide, tumtumta..." ... "Snel is hij er heen gegaan, tralala!" |
| Markies de Cantecler: |
"Parbleu" ... "Een dame in verlegenheid." |
| Markies de Cantecler: |
"Fi donc!" ... "La belle et la bête!" |
| Markies de Cantecler: |
"Fi donc!" ... "Hoe gaarne had ik die bejaarde
snoodaard aan mijn rapier geregen!" |
| Markies de Cantecler: |
"Par exemple! Er bestaan weerzinwekkende toestanden in
de maatschappij, waartegen onze verslapte regering niet opgewassen is." |
| Markies de Cantecler dichtend: |
"Een duif, ontkomen aan des valken grof geweld!" ...
"De wiek besmeurd, het oog gekweld..." |
| Heer Bommel: |
"Dit is opzet! Kwajongenswerk! Men boomt mij dwars, dat
is duidelijk!" |
| Dorknoper: |
"Wij, ambtenaren, zijn de kwaadsten niet, al denkt men
dat soms." |
| Professor Prlwytzkofsky: |
"Dat is ja ener domzinnige opbemerking!" |
| Professor Prlwytzkofsky: |
"Praw!" ... "de huidespigmentering duidt op een
lichtschuwes wezen en wijst in der richting der keldertjesdieren." |
| Over Hocus Pas |
Een wijde zwarte mantel omhulde zijn gebogen gestalte
en een vetlederen hoofddeksel ontsierde zijn trekken. |
| Buggemeester Dickerdack: |
"Het is hier een bende!" ... "Wat moet dat, met die
vrouwspersonen op hoge posten? Geen wonder dat alles uit de hand is
gelopen!" |
De Viridiaandinges
(1968)
| Heer Bommel: |
"Ik geloof dat ik voorlopig iets geestelijks ga doen,
voor mijn gedachtenleven. Maar wat?" |
| Terpen Tijn: |
"Het zilt is je lelijk op het vet geslagen, makker,"
... |
| Heer Bommel: |
"Het is vleselijk!" klaagde hij met vochtige stem. "'t
Leven van 'en knutselaal is al moeielijk genoejg... en dan nojg
uijtgelachen wojden ook!" |
| Terpen Tijn: |
"Daar!" ... "Een vastgeplakte vibratie van de
watertrilling. Een greep uit de eeuwigheid. Het NU, vat je makker?" |
| Heer Bommel: |
"O," ... "Is dat nu kunst?" |
| Markies de Cantecler maakt een gedicht:: |
"Het NU," prevelde de edelman. "Het Nu is het Heden.
Maar wat is het Heden? Zo gezegd zo vergleden. Verleden." ... "Vergleden
heden is verleden... " |
| Terpen Tijn: |
"Het vet zal hem dun langs het geraamte lopen als de
vibratie rijp wordt." |
| Terpen Tijn: |
"... dan slaan de trillingen hem in de schedelvulling!" |
| Markies de Cantecler: |
"Ik wil u het poëem niet onthouden..." ... "Het is het
laatste woord in de moderne kunst." ...
"Nu heden, straks verleden, vergleden in de duisternis van de tijd.
Iets van niets, de N van het Nu, die in Niets verglijdt."
|
| Over de markies |
... de dichter had reeds de blik naar binnen geslagen,
en de hand fladderend uitgestrekt. |
| Markies de Cantecler: |
"Ik heb gepoogd de flits van het Nu te vangen uit de
baaierd van ogenblikken, die ons omringen." |
| Professor Prlwytzkofsky: |
"Hemelbliksemdonderweder!" |
| Markies de Cantecler: |
"... Er zijn grenzen, zelfs aan platheid." |
| Terpen Tijn: |
"Hoe krijg je het in je denkpap om zoiets te doen?" |
| Terpen Tijn: |
"... Geen wonder dat de zaak grofstoffelijk is gaan
trillen." |
| Heer Ollie: |
"We moeten het breed zien," ... "In dit land is geen
plaats voor kunst." |
De Hupbloemerij
(1968)
| Professor Sickbock: |
|
"Hier ga ik, verguisd en miskend," ... "Het is wel
bekommerlijk. Véél zegeningen heb ik de wereld nu reeds geschonken:
wasmiddelen, zoetstoffen, insecten- en onkruidverdelgers, ..." |
| Professor Sickbock: |
|
"De natuur is waardeloos," ... "Er bestaat niets in die
natuur, dat niet beter en doeltreffender kan worden gedaan door de
wetenschap." |
| Kwetal over Hocus Pas: |
|
"Ik mag zijn kleur niet en hij ruikt naar kwaak." |
| |
|
 |
De Weetmuts
(1975)
Zie ook de websites
Profiel: Bommel en Minkukel
|